Het is winter. Je zou het misschien niet zeggen, als je uit het raam kijkt hier in Nederland, maar het is nog echt winter.

Binnen-tijd.
Nestelen, cocoonen, integreren, dromen.
Zakken en landen.
Thee en knuffels.
Een dutje extra, en het tempo een tandje lager.

Het is nodig, zo’n winter. In haar volledige lengte, 3 volle maanden.

Want de cyclus van de seizoenen draai het lekkerst als alle delen worden geleefd:
Rusten, opbloeien, stralen, loslaten.
Winter, lente, zomer, herfst.
Elk jaar opnieuw.
En voor vrouwen ook nog eens elke maand opnieuw.

Een deel niet eren is de rest frustreren. Als er niet lekker gerust is, gaat het stralen ook lastiger. En wanneer niet volledig wordt losgelaten, kan er niet op frisse grond worden gebloeid.

~

Toen ik me ging verdiepen in mijn eigen cyclus, was het heel mooi om te zien welke seizoenen ik van nature meer eerde, en welke ik meer negeerde. In elk seizoen kon ik zien waar ik meer eer kon aanbrengen: mijn kwetsbaarheid meer toelaten in de lente, mijn expressie vergroten in de zomer en iets minder rigoureus onkruid wieden in de herfst.

En dan mijn winter. Die lieve, zachte winter. Waar op het eerste gezicht niet zoveel mee aan de hand leek: ik kon me best goed terugtrekken in mijn holletje tijdens de winter. Maareh… Wat gebeurt er dan eigenlijk daarbinnen?

Al vroeg in mijn afgelopen herfst, een ouderwets onstuimige en intense periode, riep ik: ‘Ik wil integratie!’. Ik had een enorme behoefte aan rus-tig in-te-gre-ren, uitdijen, ademen, zakken. Die winter mocht in oktober al wel komen.

Maar zo rond eind december leek het eigenlijk nog niet op winterse rust en niksigheid. Of ik nou binnen op mijn bank zat of een buitenwandeling maakte, de processen gingen flink door.

Hoe kon dat nou?

~

Ergens in januari ontdekte ik waar de crux zat.

Ik vond rust, integratie en niksigheid eigenlijk enorm ongemakkelijk en best eng.

Niet zozeer de rust in doen-doen, als in fysiek eropuit trekken: dat kon ik wel. Zoals gezegd: holletje for the win. Maar rust in het innerlijke werk, ‘nee’ zeggen tegen het 50.000ste proces, innerlijk chillen en niet drillen – hmm.

Ik ontdekte een lichte persoonlijke-ontwikkelings-verslaving. Met ergens een onderliggende gedachte: ‘ik moet nog steeds verder ontwikkelen, er is nog iets mis met mij, ik ben nog steeds niet helemaal ‘erdoorheen’ (whatever ‘er’ dan ook mocht zijn)’.

Met dat besef keek ik nieuwsgierig naar mezelf in de spiegel. Naar mijn zuivere spiegelbeeld, de mooie vrouw die daar voor me stond. De vrouw die genoeg innerlijk werk heeft verricht voor een leven of tien, die eigenlijk een kei is in gewoon genieten, en die haar bubbelende sprankels het liefst de wereld over wappert.

Kortom, een vrouw die eigenlijk dus gewoon wel klaar is 

Er kwamen vragen in me op…

Mag ik in deze heerlijke sprankelbubbels uitdijen?
Mag ik zeggen: ‘zo, het is wel goed geweest voor nu, kom maar op met de leisure pleasure’?
En stel dat ik de rest van mijn leven precies blijf zoals ik nu ben, is het dan ook goed?

De vragen huppelen deze weken met me mee, en ik word er blij van. Het geeft een mooie opmaat naar de lente.

~

Lieve cyclus, wat ben ik toch blij met je wijsheid. Met dit winterse inzicht zet ik de koers in voor het nieuwe jaar. Een steviger basis, om de nieuwe seizoenen te verwelkomen.

Ik wacht netjes tot de lente met mijn nieuwe ideeën vormgeven, met nieuwe liefde en nieuwe woning op mijn pad uitnodigen. Ik zal mijn sprankelbubbels zo voluit mogelijk laten ronddansen in de zomer, en mijn levendigheid niet beteugelen. En in de herfst, lieve cyclus, ga ik stapje. voor stapje. zachtjes loslaten.

En: ik beloof dat ik dit keer de loslaat-herfst officieel afrond als ik jou weer ontmoet, lieve winter. Zodat ik nog voller in je zachte armen kan zakken en nestelknuffelthee-warmte kan ontvangen.
.
♡♡♡
.
.

(Photograph by Aaron Burden via Unsplash)